IK BEN TOCH ZEKER NIET DOOF!
Wat praten de mensen tegenwoordig toch onduidelijk en zachtjes, denk je eerst een tijdje. Tot iemand tegen je zegt: "Zeg, hoor jij eigenlijk wel goed?" Langzaam maar zeker begin je zelf te snappen dat het niet aan een ander ligt, maar aan jouw oren. Het valt op dat je jezelf te vaak hoort zeggen: "Wat zeg je?"
Het begint vaker voor te komen dat je iemand naar de deur ziet lopen, terwijl je de bel niet hebt gehoord.Lang kun je het voor jezelf wegpraten met te denken dat je in gedachten was, dat er te veel herrie in de omgeving is om iets te horen en dat je mobiel in je tas heus iets harder kan bellen.
Je ziet jezelf als in een boze droom lopen met toeters zo groot als een voetbal aan ieder oor en de gang naar de winkel waar ze gehoor apparaten verkopen lijkt een nachtmerrie.
Toch komt het zover als de gehoortest uitwijst dat je versterking in je oren nodig hebt.
Zelf dacht ik dat het nog wel mee zou vallen. Als ik mijn uiterste best zou doen, zou ik al die piepjes van de test toch nog wel horen.
Niets was minder waar. Een heel gebied bleek voor mij verloren en er moesten niet één maar twee apparaten in.
"Nee mevrouw" met één redt U het echt niet."
Ik koos met grote tegenzin en boos dat mij dat nou weer overkwam voor twee klontjes in mijn oor, die ik er zo diep mogelijk inpropte. Niks erachter en geen draad je oor in.
Lang heb ik het ondanks alles geprobeerd met één toestel en één leeg oor. Dat maakte dat ik mij minder "een dove" voelde en vooral dat ik lucht kreeg in dat lege oor waardoor ik mijn eigen stem tenminste niet als in een holle ruimte in mijn hoofd hoorde.
Als de audicien mij aanraadde eens een ander apparaat te proberen met wel een versterker achter het oor en een piepklein knopje erin, begon ik al te protesteren voordat zij haar zin had uitgesproken.
"Maar je kunt het toch proberen?"
Om van het gezeur af te zijn, deed ik het. Ervan overtuigd dat ik mij nooit, maar dan ook nooit zou laten overhalen.
Dan maar een echoput in mijn hoofd -toen toch bleek dat ik het met één apparaat niet meer redde-, maar nooit zo'n kast achter mijn oor.
De "kast achter mijn oor" zit er nu al weer een jaar. Hij is niet veel groter dan een forse pinda. Het draadje is zo goed als onzichtbaar en dat miniscule knopje dat in mijn oor zit, geeft een hoop ruimte en lucht om verlost te zijn van het holle geluid in mijn hoofd.
Soms val ik 's avonds in bed in slaap en merk ik de volgende ochtend pas dat ik vergeten ben de apparaten uit mijn oren te halen. Ze zijn bijna een onderdeel van mijn hoofd geworden. Ik ben toch zeker niet doof?!